Hoe meet je de impact van beleggingen?

Hoe meet je de impact van beleggingen?
30-10-18

Nu verantwoord beleggen en ESG-integratie de norm zijn, verschuift de aandacht geleidelijk naar de impact die bedrijven echt hebben op de samenleving en het milieu. Een positieve impact kan bedrijfsmodellen beter houdbaar maken voor de langere termijn. Dit is gunstig voor de waarderingen en risico-rendementskenmerken van beleggingsportefeuilles.

Verantwoord beleggen en de integratie van ESG-factoren (milieu, maatschappij, governance) in het beleggingsproces zijn in de afgelopen jaren belangrijker en geleidelijk aan de norm geworden. Steeds meer wetenschappelijk onderzoek laat zien dat ESG-integratie een positief effect kan hebben op de financiële rendementen en op de risico-rendementskenmerken van beleggingsportefeuilles[1].

De volgende discussie gaat over de daadwerkelijke impact die beleggingen hebben op de maatschappij en het milieu, en over hoe we die impact meten. De methodes daarvoor zijn nog volop in ontwikkeling. Beleggers, toezichthouders en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) stellen portefeuillemanagers bijvoorbeeld vragen als:

  • In welke mate draagt een beleggingsportefeuille bij aan een betere maatschappij?
  • Hoeveel ton aan CO2-uitstoot genereert de portefeuille?
  • In welke mate helpt de portefeuille het broeikaseffect te voorkomen?
  • Wat is de waterefficiëntie van de portefeuille?
  • Hoe draagt de portefeuille bij aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s) van de Verenigde Naties?

Verschillende ratingbureaus beoordelen beleggingsfondsen inmiddels ook op aspecten van ESG en/of impact. Dit maakt de discussie over hoe we impact meten nog relevanter.

CO2-voetafdruk

De impact van beleggingen kan op allerlei manieren worden gemeten. Tot nu toe werd dat vooral gedaan op basis van de CO2-voetafdruk van de portefeuille. Ofwel: hoeveel CO2 stoten de bedrijven in een beleggingsportefeuille uit? In de afgelopen jaren is de belangstelling voor dit soort metingen sterk toegenomen, mede door de VN-klimaattop (COP21) van 2015 in Parijs en de daaruit voortvloeiende discussies over klimaatverandering en het broeikaseffect.

Een aantal initiatieven is gericht op het wereldwijd terugdringen van de CO2-uitstoot, zoals de Montreal Carbon Pledge (MCP) en de Portfolio Decarbonization Coalition (PDC). Verder letten verschillende toezichthouders sinds COP21 sterker op de exposure van de financiële sector naar CO2-uitstoot en heeft een aantal van ‘s werelds grootste pensioenfondsen doelstellingen geformuleerd om de CO2-uitstoot van hun beleggingsportefeuilles in de komende jaren te verminderen.
In de praktijk is het meten van de CO2-voetafdruk van beleggingen echter niet eenvoudig. Omdat er nog geen standaardmethodiek is, kan de CO2-uitstoot van een portefeuille op verschillende manieren worden gemeten.

Figuur 1: Voorbeelden van portefeuille versus benchmark

Bronnen: NN IP, ISS Ethix Climate Solutions, gemiddelde uitstoot van huishoudens volgens Milieu Centraal en Eurostat. Alle cijfers per 30/09/2018.

Figuur 2: Drie bronnen (scopes) van CO2-uitstoot door bedrijven

Bron: GHG Protocol

We kunnen de totale CO2-uitstoot van de bedrijven in de portefeuille meten en hun weging in de portefeuille meerekenen om tot een totale uitstoot voor de portefeuille te komen. Deze methode kan ook op de benchmark worden toegepast, waardoor een vergelijking tussen de portefeuille en de benchmark mogelijk is.

Deze methodiek is complex, omdat we eerst moeten corrigeren voor de omvang van het bedrijf. Zo is de totale CO2-uitstoot van een bedrijf met één supermarkt uiteraard veel lager dan die van een bedrijf met 100 supermarkten. Een universele normalisatiemethodiek op basis van marktkapitalisatie, bedrijfswaarde, omzet, activa of diverse andere statistieken zou bijdragen aan een betere vergelijking.

Het is ook belangrijk om te bepalen welke uitstoot wordt gemeten. Is dat alleen de directe uitstoot van het betreffende bedrijf (Scope 1)? Nemen we ook de indirecte uitstoot (Scope 2) mee die samenhangt met het verbruik van elektriciteit, warmte of stoom? Of kijken we naar de uitstoot in de hele levenscyclus van de producten die een bedrijf verkoopt (Scope 3)? Dit laatste gaat om alle uitstoot van de activiteiten tot aan de verkoop (upstream) en na de verkoop (downstream).

Water en afval

De methodologie voor het meten van de CO2-voetafdruk kan ook worden gebruikt om de watervoetafdruk van een portefeuille te meten. Dit onderwerp zal in de komende jaren zeker meer aandacht krijgen, omdat de discussies over wereldwijde waterschaarste verhevigen. De waterintensiteit van een bedrijf en zelfs factoren als de afvalproductie kunnen in de toekomst belangrijker worden en een grotere invloed hebben op de winstgevendheid.

Maatschappelijke impact

Impact kan ook worden gemeten vanuit maatschappelijk perspectief. Het aantal mensen dat microfinanciering heeft verkregen, zou bijvoorbeeld een nuttige indicator kunnen zijn voor de impact van financiële dienstverleners. Andere maatstaven voor maatschappelijke impact zijn het aantal mensen dat makkelijker aan medicijnen kan komen of het aantal mensen dat door bepaalde producten een betere kwaliteit van leven heeft gekregen. We zouden ook de bedrijfsprestaties in termen van banencreatie en diversiteit kunnen meenemen.

Milieudata zijn de laatste jaren veel toegankelijker geworden, maar de beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van maatschappelijke informatie is nog zeer beperkt. Dit zou in de komende jaren moeten verbeteren door nieuwe alternatieve databronnen en big data en doordat bedrijven geleidelijk aan meer openbaar maken.

Financiële impact

Uiteraard zijn voor portefeuillemanagers de financiële gevolgen van de gemeten impact van belang. Door bijvoorbeeld de CO2-uitstoot of het waterverbruik te meten, kunnen zij inzicht krijgen in hoe efficiënt bedrijven met deze kosten omgaan. Een lagere CO2-uitstoot of minder verbruik van water leiden meestal tot lagere kostenstructuren, betere marges en een hogere winstgevendheid. Deze verbeteringen zijn positief voor de waardering van een bedrijf.

Daarnaast zijn consumenten vaak positiever over een bedrijf dat het milieu spaart door de uitstoot terug te dringen of minder water te verbruiken. Dit voordeel kan bijdragen aan de duurzaamheid van het bedrijfsmodel en daarmee de waardering op de langere termijn. Dit geldt ook voor diversiteit. Uit onderzoek komt namelijk naar voren dat een gezonde diversiteit in het managementteam en het personeelsbestand van een bedrijf kan leiden tot betere financiële resultaten.

Lagere risico’s

Daarnaast is een bedrijf met een lagere CO2-uitstoot minder gevoelig voor toekomstige stijgingen van de koolstofprijs en/of koolstofbelastingen. Hetzelfde argument geldt voor het waterverbruik; bij een lager verbruik daalt het risico dat het bedrijf negatief wordt beïnvloed door toekomstige waterschaarste. Door goed te letten op de exposure van een portefeuille naar deze aspecten van de bedrijfsactiviteiten kunnen portefeuillemanagers het risico in de portefeuille verminderen.

Bovendien kunnen de overgang naar schonere energiebronnen en de inspanningen om de opwarming van de aarde tegen te gaan ertoe leiden dat een fors deel van de wereldwijde energievoorraden, zoals thermische steenkool, uiteindelijk niet zal worden gebruikt. Dit zou de waarde van deze ‘stranded assets’ aanzienlijk verlagen en wereldwijd een negatieve invloed kunnen hebben op bedrijven en sectoren. Als we ook kijken naar de doelstellingen van pensioenfondsen voor minder CO2-uitstoot, dan kan het zijn dat delen van de markt door deze trends worden geraakt. Daarom kan het minimaliseren van de exposure naar dergelijke trends het risico in beleggingsportefeuilles verlagen en de risico-rendementskenmerken verbeteren. Om dit potentieel goed te beoordelen, moeten we ook kijken naar of deze risico’s al zijn verdisconteerd in de huidige aandelenkoers.

Duurzame Ontwikkelingsdoen

De SDG’s, in september 2015 geïntroduceerd door de Verenigde Naties (VN), hebben gezorgd voor een scherpere focus op de niet-financiële impact van beleggingen. De 17 doelen van de VN zijn gericht op het uitbannen van armoede, het beschermen van de aarde en welvaart voor iedereen. Dit moet leiden tot een duurzame, eerlijke en rechtvaardige wereld in 2030.

In sommige van de 17 doelen is makkelijker te beleggen dan in andere. Portefeuillemanagers kunnen deze doelen hoe dan ook meenemen in hun beleggingsbeslissingen en hun allocaties erop afstemmen. NN Investment Partners is ervan overtuigd dat bedrijven met producten of operationele modellen die bijdragen aan het behalen van de SDG’s ook beter houdbare bedrijfsmodellen kunnen implementeren. Dit kan heel goed samengaan met een positieve impact en aantrekkelijke financiële rendementen, ofwel een win-winsituatie voor zowel de belegger als de samenleving. De rapportages over de exposure van beleggingsportefeuilles naar de 17 SDG’s verbeteren snel en we gaan ervan uit dat het momentum hiervan op de kapitaalmarkten verder zal versnellen.

Figuur 3: Duurzame Ontwikkelingsdoen van de VN


Wees voorzichtig met fondsscores

Het meten van de impact van beleggingen zit vol uitdagingen als het gaat om bijvoorbeeld de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van data en het gebrek aan standaardisatie. Dit maakt het niet alleen moeilijk om beleggingsportefeuilles met elkaar te vergelijken, maar ook om op basis van die vergelijkingen harde conclusies te trekken.

Er ontbreken diverse elementen in de fondsbeoordelingen (met betrekking tot impact en ESG). Zo worden engagement en intentionaliteit in de meeste ESG- en impactbeoordelingen en -vergelijkingen nog niet meegenomen.

Engagement

Wij vinden dat beleggers de plicht hebben om hun eigendomspositie te gebruiken om bedrijven actief aan te moedigen om hun impact op de samenleving of het milieu op te schroeven. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de CO2-voetafdruk, het waterverbruik of de maatschappelijke impact[2]. Engagement maakt een bedrijf meestal aantrekkelijker en het bedrijfsmodel beter houdbaar. Het hele proces kan gunstig zijn voor beleggers (betere financiële prestaties en een hogere waardering) en voor de samenleving.

Uit onderzoek blijkt dat engagement van beleggers de financiële prestaties naar een hoger plan kan tillen. Daarom is het een krachtig instrument om voor positieve verandering te zorgen en impact te hebben. Ook zorgt directe engagement met de managementteams van deze bedrijven meestal voor een betere toegang tot relevante data en een beter inzicht in de mate waarin een bedrijf een positieve impact kan hebben op de wereld. Vooralsnog kijken de meeste meetmethodes voor de ESG-scores of impact van beleggingsportefeuilles niet objectief naar beleggersactiviteiten, zoals engagement en actief aandeelhouderschap.

Intentionaliteit

Intentionaliteit heeft betrekking op de vraag in hoeverre bedrijven van plan zijn om goed te doen via hun producten en oplossingen en de manier waarop zij in de samenleving actief zijn. De juiste intentionaliteit draagt bij aan de houdbaarheid van het bedrijfsmodel op de langere termijn. De bedoelingen en ambities van een bedrijf op het gebied van CO2-uitstoot zijn belangrijke factoren bij de analyse van effecten. Onderzoeken hebben aangetoond dat een positief ESG- en impactmomentum een sterke positieve relatie heeft met betere financiële prestaties2. Een focus op bedrijven met positieve bedoelingen en ambities kan daarom bijdragen aan betere portefeuillerendementen.

Intentionaliteit en ambitie ontbreken nog altijd in de ESG- en impactbeoordelingen van de ratingbureaus. Net als bij engagement is er ook op dit vlak ruimte voor verdere ontwikkeling.

Impact van kapitaalallocatie

Volgens sommigen heeft het kopen van een aandeel op de secundaire markt op zichzelf geen impact, omdat er geen geld naar het bedrijf stroomt. Volgens deze redenering hebben alleen aandelen of obligaties op de primaire markt daadwerkelijk impact. Er wordt hier echter een belangrijk punt over het hoofd gezien: de potentiële impact van deze allocatiebeslissingen.

Als meer beleggers willen investeren in bedrijven met een positieve impact op het milieu en de maatschappij, en als meer beleggers niet investeren in bedrijven die een negatieve impact hebben, dan zullen de kapitaalskosten voor bedrijven met een positieve impact afnemen. Ze zullen nieuwe initiatieven in de toekomst makkelijker kunnen financieren en dus ook beter kunnen groeien. Allocaties aan bedrijven met een positieve impact kunnen dus duidelijk een verschil maken. Je kunt je zelfs afvragen of er überhaupt beleggingen zonder impact zijn.

Gevolgen voor portefeuillemanagers en analisten

Voor een uitgebreide beoordeling van het bedrijfsmodel moet je ook rekening houden met de impact van het bedrijf op de samenleving. Dit aanvullende inzicht moet leiden tot betere en completere beleggingsbeslissingen.

Daarnaast kunnen portefeuillemanagers en analisten bedrijven stimuleren om hun positieve impact te vergroten. Via engagement kunnen ze bijdragen aan een beter bedrijfsmodel voor de langere termijn. Dit heeft vervolgens weer een positief effect op de waardering en de ontwikkeling van de aandelenkoersen op de langere termijn.

Doelstellingen, uitsluiting of engagement

Het meten van impact is de eerste stap in een lang traject. De markt zal in de komende jaren onder meer discussiëren over meer transparantie over impact. Zullen beleggers specifieke doelen stellen om de CO2-uitstoot van hun beleggingen op den duur te verminderen, zoals sommige grote pensioenfondsen al hebben gedaan? Zal de druk toenemen om bijvoorbeeld de grootste vervuilers in een beleggingsuniversum uit te sluiten? Of zal de nadruk juist liggen op de eigendomspositie als instrument om samen met bedrijven te streven naar positieve verandering?

NN Investment Partners verwacht dat het een combinatie van deze drie elementen zal zijn, waarbij engagement voor de meest positieve verandering en de meeste impact kan zorgen. Uiteindelijk zullen beleggers zelf moeten beslissen welke weg ze kiezen.


Bronnen:
[1] Journal of Sustainable Finance & Investment, 2015
[2] NN IP en ECCE, The materiality of ESG factors for equity investment decisions: academic evidence, 2016

Download het artikel:


Disclaimer
Deze publicatie is uitsluitend bedoeld voor MiFID professionele beleggers.

Deze publicatie is uitsluitend opgesteld ter informatie en is geen aanbod noch een uitnodiging om effecten of een ander beleggingsproduct te kopen of verkopen of om deel te nemen in een handelsstrategie noch het verlenen van een beleggingsdienst. Hoewel de inhoud van dit document met de meeste zorg is samengesteld en is gebaseerd op betrouwbare informatiebronnen, wordt er geen enkele uitdrukkelijke of impliciete garantie of verklaring gegeven omtrent de juistheid of volledigheid van de informatie. De informatie in deze publicatie kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. NN Investment Partners B.V., NN Investment Partners Holdings N.V., noch enig andere vennootschap of onderdeel dat behoort tot de NN Group, noch een van haar bestuurders of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid met betrekking tot de hierin opgenomen informatie. Het gebruik van de informatie in deze publicatie is op eigen risico. Het is niet toegestaan dit document te vermenigvuldigen, reproduceren, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, zonder de voorafgaande uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van NN Investment Partners B.V. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Deze publicatie is niet bestemd voor US Persons als gedefinieerd in Rule 902 van Regulation S van de United States Securities Act of 1933, en mag niet gebruikt worden voor het werven van investeringen of inschrijven op effecten in landen waar dit niet is toegestaan door de lokale toezichthouder of wet- en regelgeving. Op deze disclaimer is Nederlands recht van toepassing.

Over de auteur

Jeroen Bos

Jeroen Bos

Head of Equity Specialties

Ervaring sinds 1999

Ervaring in het bedrijfsleven

2015-heden Jeroen is Hoofd Aandelen Specialties bij NN Investment Partners

2011-2015 Hoofd Aandelenresearch bij ING IM, gaf leiding aan een team van 25 ervaren buy-side analisten voor wereldwijde aandelen

2009-2011 Hoofd Europees Team voor Industrie & Basismaterialen bij ING IM

2008-2009 Portefeuillemanager voor de industriële sector bij ING IM

2006-2008 Leidinggevende van het researchteam voor technologieaandelen bij UBS, New York

2004-2006 Vice President bij JPMorgan in Londen

1999-2004 Senior Aandelenanalist bij MeesPierson/Fortis in Amsterdam

Diploma’s en kwalificaties

CAIA

CMA

CFA

Master Financiële en Bedrijfseconomie (2000), Vrije Universiteit Amsterdam

Toon meer

Toon meer